Main content

4. Basisondersteuning op de scholen

Ook op andere doelen uit ons plan hebben we vooruitgang geboekt. Het gaat veelal om procedures, werkafspraken, afstemming en communicatie. In volgorde van het ondersteuningsplan stippen we de toevoegingen aan. 

4.3.2 Onderwijs en ondersteuning aan nieuwkomers

Het aantal nieuwkomers vertoont al jaren een stijgende lijn, recentelijk ook met leerlingen vanuit oorlogsgebieden. De opvang van nieuwkomers in Schiedam vindt plaats in een centrale opvangvoorziening het CON, in Vlaardingen bij de Globe en in Maassluis op het COM. Na ongeveer een jaar stromen deze leerlingen door naar het regulier of speciaal basisonderwijs. De inrichting en organisatie van deze drie voorzieningen verschillen onderling en bevinden zich in hun eigen fase van ontwikkeling. 

Wat wel geldt is een aantal gedeelde ontwikkelingen op het gebied van de ondersteuning en organisatie van de zorg aan nieuwkomers en hun gezin.

De doorgaande lijn (overstap van de nieuwkomersvoorziening naar het regulier of speciaal basisonderwijs) is een belangrijk moment. Begeleiders zijn betrokken om deze stap zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. Uitgangspunt is in principe dat leerlingen in de basisondersteuning passend onderwijs en ondersteuning kunnen krijgen. Wanneer er meer nodig is, dan wordt dit in overleg gedaan. Onderwijs op maat is voor deze groep leerlingen te allen tijde nodig. 

Ook de gezinsspecialist is betrokken op de onderwijsvoorzieningen aan nieuwkomers. We hebben gemerkt dat dit veel werk oplevert en er veel te winnen is om de gezinnen te ondersteunen.

Tot slot speelt huisvesting een belangrijke rol. Hier schipperen de voorzieningen wat tussen tijdelijke huisvesting vanuit praktisch oogpunt (waar is ruimte?) en de behoefte om vanuit een vaste plek in de stad vanuit een sterk didactisch concept het onderwijs te kunnen verzorgen. Organisatorisch levert dit ook veel winst en gemak op. De mogelijkheden worden onderzocht om genoemde wensen te realiseren.

Een uitgebreide analyse van de stand van zaken met betrekking tot nieuwkomers is verkrijgbaar via het samenwerkingsverband.

4.4.1 Arrangementen

Op dit moment, april 2016, lopen er ongeveer 100 arrangementen. Nu we enige tijd op weg zijn met ‘arrangementen’ kunnen we, vanuit besturen, scholen en eigen medewerkers, de eerste voorlopige lessen trekken over hoe het loopt. De vertaalslag van deze bevindingen naar nieuw beleid en nieuwe afspraken maken we in 2016 met het team van Onderwijs dat past.

Kwaliteitsonderzoek arrangementen

In een enquête is onder ouders, IB’ers en medewerkers van het samenwerkingsverband nog gevraagd naar kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de arrangementen. De conclusie van deze enquête:

  • Zowel de IB’ers als de SWV’ers zijn over het algemeen tevreden over hun communicatie en samenwerking. De IB’ers zijn nog meer tevreden over de totstandkoming, uitvoering en resultaten van de arrangementen dan de SWV’ers. Beide partijen (IB’ers nog meer) geven aan behoefte te hebben aan duidelijkheid, kaders en richtlijnen met betrekking tot de aanvraag van de arrangementen. Het blijkt dat SWV’ers en IB’ers zich vaak wat onzeker voelen over het financiële aspect van de aanvraag. Komend jaar gaan we ons hierover buigen met het veld. IB’ers kunnen/willen nog meer hulp bij het invullen van de arrangementaanvraag. 
  • Zowel SWV’ers als IB’ers geven aan dat het vaak nog lastig is om de juiste mensen te vinden die het arrangement kunnen uitvoeren en hebben daarom behoefte aan een overzicht van aanbieders. Zowel de IB’ers als de SWV’ers geven aan dat het in het geval van ziekte lastig is om vervanging te krijgen. Veel SWV’ers zouden meer zicht willen krijgen op de uitvoering van het arrangement. Ook zouden zij graag zien dat scholen in de tussenevaluaties zelf kritischer gaan kijken naar het verloop en een eventuele verlenging van het arrangement. 
  • Zowel de IB’ers als de SWV’ers geven aan dat de leerlingen veel profiteren van de arrangementen. Op schoolniveau wordt er al meer naar eigen handelen gekeken, maar volgens de SWV’ers kan dit  nog verder ontwikkeld worden. 
  • Ouders zijn tevreden maar zouden nog meer geïnformeerd willen worden over de inhoud en uitvoering van het arrangement. 

Uit deze evaluatie blijkt dat we de goede weg ingeslagen zijn en dat we komend jaar aandacht gaan besteden aan de kaders en aanbieders. 

Individueel versus groeps- en schoolarrangement

Tot slot kijken we naar de mogelijkheden om een arrangement voor de groep en school als geheel te vergroten. Nu komt een arrangement nog vaak ten goede aan een individuele leerling. Dit zijn de arrangementen waar een ontwikkelperspectief (OPP) aan ten grondslag ligt, met een specifiek afgestemde ondersteuningsbehoefte. Voor groeps-of

schoolarrangementen is dit OPP niet nodig. Een arrangement komt dan meer leerlingen ten goede. Wat we dus gaan doen is onderscheid maken tussen deze individuele arrangementen (waarvoor een OPP nodig is) en groep- en schoolarrangementen.

De kosten van arrangementen

De groei van het aantal arrangementen, de duur en de kostprijs blijven we nauwlettend volgen. Bij de arrangementsbesprekingen stellen we kritische vragen aangaande het zelf organiserend vermogen van de school, de noodzakelijke tijdsduur, de geplande evaluatie momenten en de inhoud van de evaluatie gesprekken. Wat er in het kader van de uitgaven voor arrangementen in 2015 meer wordt uitgegeven dan begroot, zal ten laste van de algemene reserve worden gebracht. 

De begroting 2016 en meerjarenraming 2017 e.v. zal op dit punt worden aangepast aan de ervaringscijfers tot nu toe, daarnaast zal het nodig zijn om een deel van de

weerstandsreserve te bestemmen voor het opvangen van het begrote tekort en eventuele verdere overschrijdingen van de begroting. In de begroting van 2016 is een verhoging van het budget voor zware ondersteuning verwerkt omdat voor schooljaar 2016-2017 de korting in het kader van de vereveningsbijdrage met 10% wordt verminderd. 

4.5 Ouders

Er is duidelijker in beeld gebracht wat de afspraken zijn wanneer ouders het niet eens zijn met het advies van het OT en een second opinion willen aanvragen. Dit loopt via onze collega samenwerkingsverband in het Westland. Wanneer ouders van een kind op een school binnen ons samenwerkingsverband een second opinion willen aanvragen, kan in het OT afgesproken worden dat de SWV’er de ouders hierin begeleid. De route is als volgt:

  1. De gedragswetenschapper van SWV Westland neemt contact op met voorzitter van de deskundigheidscommissie van het SWV Onderwijs dat past om de aanvraag van de second opinion te bespreken;
  2. In het dossier zit de probleemanalyse, een historisch overzicht van het proces, onderzoeksresultaten en de adviezen van eerder geraadpleegde externen. De onderwijsbehoeften van het kind komen daaruit voort;
  3. Ouders worden uitgenodigd voor een gesprek samen met de gedragswetenschapper van SWV Westland;
  4. De deskundigheidscommissie formuleert, nadat het dossier doorgenomen is en ouders en SWV Westland gehoord zijn, een advies;
  5. Het advies wordt schriftelijk en mondeling aan de ouders doorgegeven;
  6. In geval van het accepteren van het advies kan het dossier afgesloten worden;
  7. Wanneer ouders het advies niet accepteren advies, dan kunnen zij gewezen worden op het in handen nemen van een onderwijsconsulent of de stap naar de klachtencommissie maken.  

4.6 De toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

De afspraken en werkwijzen rondom de TLV staan uitgebreid beschreven in het Ondersteuningsplan, alsmede in een procesbeschrijving en worden hier niet herhaald. De werkwijze als geheel is in mei van 2016 onderwerp van evaluatie en bijstelling. In dit addendum is belangrijk om rondom de TLV te melden:

We hebben afgesproken dat het ondersteuningsteam (OT) van de school een advies geeft voor een TLV en dat dit advies wordt overgenomen door het samenwerkingsverband. Deze afspraak vraagt professionaliteit van betrokken partijen. Het advies moet kwalitatief goed zijn en scholen moeten bij de aanvraag vroegtijdig specialisten betrekken. Dit gaat dan bijvoorbeeld zowel om de gezinsspecialist als een gedragswetenschapper die deelneemt aan de bespreking in het OT. Het is de taak van het samenwerkingsverband om kritisch te zijn naar de kwaliteit en motivatie van de aanvraag voor een TLV. Wanneer we de inzet van genoemde specialisten missen, koppelen we dat terug naar de scholen (en moeten we alsnog expertise inzetten om tot een goede onderbouwing voor de ondersteuningsbehoefte te komen).

Aandachtspunt hierbij, wanneer we niet tot een eenduidig advies kunnen komen:

Hoe zorgen we dat school en ouders echt samen tot een besluit komen voor een aanvraag van een TLV? Reglementair kan een school een TLV aanvragen en ondertekenen, zonder akkoord van de ouders. We komen dan echter in een impasse. Ouders hebben dan de mogelijkheid tot het maken van bezwaar of het indienen van een klacht. Dergelijke verharding vinden we niet wenselijk en kan leiden tot thuiszitters of leerlingen die onnodig lang niet de ondersteuning krijgen die nodig is. Komend jaar gaan we bekijken hoe we deze situaties kunnen voorkomen, door goede communicatie, door ouders direct in het proces te betrekken en op zoek te gaan naar oplossingen wanneer er een meningsverschil is.